Subscribe: biekesblog
http://biekepurnelle.blogspot.com/feeds/posts/default
Added By: Feedage Forager Feedage Grade B rated
Language: Dutch
Tags:
als  andere  die  doen  eens  geen  iets  meer  met  mij  moet  moeten  naar  nog  uit  vrouwen  wanneer  wat  wordt 
Rate this Feed
Rate this feedRate this feedRate this feedRate this feedRate this feed
Rate this feed 1 starRate this feed 2 starRate this feed 3 starRate this feed 4 starRate this feed 5 star

Comments (0)

Feed Details and Statistics Feed Statistics
Preview: biekesblog

biekesblog



biekes ei en blahblah over maatschappij, opvoeding, onderwijs en het leven zoals het is in de dagelijkse strijd voor algemene harmonie en welzijn en tegen de dominantie van het economisch belang.



Updated: 2018-01-07T14:43:26.866+01:00

 



Bikiniproof

2017-06-21T16:05:31.914+02:00

Door omstandigheden die er verder niet toe doen, bevond ik me gisteravond temidden van een hoogoplopende discussie over boerka’s en vrouwenrechten. Zoals dat gaat met dat soort dicussies, week geen van beide partijen een millimeter van het eigen gebetonneerde standpunt. Dat het te warm was voor heftige debatten, wilde ik opperen, maar ik zweeg en liet mezelf zuchtend nog een glas wijn inschenken.Ik liet mijn gedachten afdwalen naar de reis die de zonen en ik in het verschiet hebben. In mijn verhitte hoofd stelde ik lijstjes op van wat er in te pakken valt, en wat er nog dient aangeschaft. Dat bleek heel wat te zijn, vermits ik zelden of nooit op reis ga, en dus bedroevend slecht uitgerust ben voor de onderneming. Zo stelde ik vast dat ik niet in het bezit was van een bikini, nochtans een onmisbaar item voor de moderne zomervrouw, als ik de talloze “Hoe word je in no time bikiniproof”-berichten in mijn mailbox en op facebook mag geloven. Ik had geen idee of ik al dan niet bikiniproof was, maar voegde het item vastberaden toe aan mijn virtuele aankooplijst.Ik herinner me een beeldig, maar hoogst onpraktisch gehaakt rood setje, waarvan het bovenstuk steevast naar boven en het broekje loodrecht naar beneden gleed wanneer je uit het water kwam. Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn. Iets in mijn ontluikende inzicht besefte toen al dat bikini’s onheil meebrengen. En dat je beter niet met gehaakt tricot in het water springt.Desalniettemin en alle bedenkelijke ervaringen ten spijt trok ik naar de dichtstbijzijnde winkel die eruitzag alsof een vrouw met een reisplan zich er een bikini kon aanschaffen. Twijfelend liep ik de rijen felgekleurde broekjes en topjes af. Was het werkelijk de bedoeling dat zo’n broekje hooguit 2 halve schaamlippen en 2 halve billen kon ontvangen? Waar bleef je dan met de rest? Waarom gingen bikini-ontwerpers er eensgezind van uit dat alle vrouwen vurig naar een paar extra cupmaten verlangen? Wat deden die onnozele gouden franjes tussen die twee zwarte driehoekjes? Deze en andere existentiële vragen vroegen spontaan om mijn aandacht en om heldere antwoorden.In het pashok, nauwelijks groter dan mijn koelkast, wurmde ik mezelf in de ene bikini na de andere. Bij het vijfde setje vroeg ik me vertwijfeld af of de maat wel klopte, gezien de hoeveelheid huid en weefsel die in geen van de geselecteerde broekjes bleek te passen. “Dat is gewoon zo. Dat is mode.”, orakelde de kekke verkoopster op licht spottende toon, een dienstmededeling die mij bovenmatig irriteerde. Ik duwde de veelkleurige bundel bikini’s verontschuldigend in de keurig gemanicuurde handen van de verkoopster en verliet het pand zonder aankoop. Een boerka leek me plots een verstandiger en comfortabeler investering. [...]



Scharreltijd

2017-06-10T17:54:05.271+02:00

[...]



Ronde zonder finish: brief aan mijn broer

2017-04-04T16:33:17.181+02:00

[...]



Hygge

2017-01-02T16:08:18.052+01:00

[...]



Boekenbeurs

2016-10-28T16:27:56.671+02:00

Beste uitgever, U en ik, wij hebben iets gemeen. De liefde voor boeken. Ik hoop in ieder geval dat u voor het beroep van uitgever hebt gekozen omdat u van boeken houdt. Dat ik van boeken houd is niets bijzonders. Volgens de Stichting Lezen lezen vrouwen namelijk opmerkelijk meer dan mannen. Wist u dat? Als u uw werk ernstig neemt weet u zulke dingen. Toen ik nog op school zat kwam mijn moeder de lampen in mijn slaapkamer uitdraaien om te vermijden dat ik de hele nacht lag te lezen. Niet dat het hielp. Ooit ben ik nipt aan de verbrandingsdood ontsnapt omdat de bureaulamp, die mijn stiekeme nachtelijke leessessies moest belichten, omver viel op de gevaarlijk brandbare synthetische bedsprei. Het lijkt me dan ook dat ik de uitgelezen Boekenbeursbezoeker ben. Blijkbaar bent u daar niet van overtuigd en meent u dat een extra inspanning moet doen om vrouwen naar een boeken-evenement te lokken. Een Ladies Night bijvoorbeeld. Ik ga even niet in op de waarlijk spitsvondige en elegante benaming van het gebeuren. Wel ga ik graag even in op de retorische vraag of er zoiets nodig is als een boekenbeurs-avond voor vrouwen. Ik zei het al: Vrouwen lezen meer dan mannen. Bovendien beslaan vrouwen zowat de helft van de bevolking. Wij zijn het dus die uw business doen draaien en uw eindejaarspremie op tafel leggen. Wat of wie heeft u doen geloven dat wij niet naar uw heugelijke boeken-event zouden komen tenzij u ons daar expliciet voor uitnodigt? Vanwaar de veronderstelling dat vrouwen nood hebben aan een aparte avond voor vrouwen op de boekenbeurs? Welke boodschap wil u daarmee precies kwijt? Die boodschap, daarover kwam ik meer te weten toen ik even door het programma struinde en daar het volgende vond: “Ladies Night - Alles wat je wilt weten over poetsen, wassen en strijken”. Heel even meende ik dat u een grapje maakte. Ironie, weet u wel. Vrouwen kennen dat. Maar vrij snel bleek dat u het meende. Als ik het goed begrijp (ik ben natuurlijk maar een vrouw), dan bent u dus van mening dat 1. vrouwen dol zijn op schoonmaken 2. schoonmaken een vrouwenzaak is. Ik ken u niet, dus ik vraag het maar even: kent u eigenlijk veel vrouwen die dol zijn op schoonmaken? Ik namelijk niet. Schoonmaken doen mensen uit noodzaak. Omdat iemand het moet doen. Uit hygiënische overwegingen. Al zijn er wellicht uitzonderingen die er ook plezier aan beleven. Dat mag. Schoonmaken is dus zoiets als het gras maaien, de was doen, een nieuwe lamp indraaien, je bureau opruimen, met de auto naar de keuring gaan. Niet iets om al te lang en te ernstig over na te denken, laat staan om een cultus rond te bouwen. Bovenal niet iets om toe te wijzen aan de helft van de bevolking. Ik weet het, tot ergens in de jaren vijftig was het heel normaal dat vrouwen aan de haard bleven en die haard en de directe omgeving van die haard netjes hielden. Maar die jaren vijftig zijn intussen al meer dan zestig jaar voorbij. Het kan zijn dat u met enige nostalgie terugblikt op die fijne tijd, maar de meeste vrouwen danken de hemel dagelijks op hun blote knieën dat hij voorbij is. Het kan zijn dat het u ontgaan is, maar de meeste vrouwen hebben tegenwoordig jobs. Ze studeren, ze worden verpleegster, ingenieur, arts, ontwerper, journalist, schrijver en zelfs uitgever. Helaas moeten ze daarvoor al eens beroep doen op andere, veelal minder bedeelde vrouwen, die hun huizen schoonmaken voor een habbekrats. Maar over die perversie hebben we het wel een andere keer. De meeste vrouwen kijken dan ook reikhalzend uit naar dat schijnbaar utopische moment in de toekomst waarop huishoudelijke taken fair verdeeld blijken te zijn. De knop van een wasmachine een slag of twee naar rechts draaien, een stofdoek over de kast halen, de knop van een stofzuiger indrukken: zulke complexe taken zijn dat nu ook niet dat men er een doorgedreven opleiding voor nodig heeft. Of een vrouwenbrein. Tot slot, en vermits vrouwen uw grootste en trouwste doelgroep zij[...]



Tienerverdriet

2016-09-14T08:57:46.731+02:00

[...]



Fantoompijn

2016-07-17T13:15:40.652+02:00

Ik raas als een tornado door het huis, mijn armen vol slaapzakken, gummi laarzen en andere onmisbare kampparafernalia. Het grootste deel van wat ik inpak zal wellicht onaangeroerd huiswaarts keren. De zonen zijn hemeltergend contraproductief. Wat ik inpak wordt weer uit de rugzak gehaald, gescreend, meestal afgekeurd en vervangen door iets anders, wat ik dan weer ongeschikt vind voor 5 dagen op het woeste platteland. Gloednieuwe, spierwitte sneakers bijvoorbeeld. Of een flanellen piama in juli. En waarom mag er geen snoep mee? En waarom krijgt F een leukere slaapzak dan ik?Ik foeter en sakker en sjees heen en weer, alsof we gehaast zijn. We zijn niet gehaast. Maar als ik ga neerzitten moet ik noodgedwongen stilstaan bij het feit dat ze er straks 5 dagen niet zijn. De rust en de stilte waar ik nu dagelijks om smeek valt vanavond als dikke mist over het huis en zijn eenzaam achtergebleven bewoner.Geen gekibbel over wie al hoe lang aan de computer zit. Geen gekrijs over verdwenen Lego-ninja’s. Geen lange gezichten en eindeloos gepriegel aan tafel. Geen hoopjes rommel en vuile was alom. Geen ostentatief landerig gehang.De krant ononderbroken kunnen uitlezen. ‘s Avonds ongepland het huis kunnen verlaten, terwijl de stad feest.  Die vurig gewenste vrijheid zal dubbelzinnig blijken.Kinderen zijn er altijd, ook als ze weg zijn. Wanneer ze niet gillend, gierend of ravottend om je heen dartelen, dan spelen ze op in je hoofd en je hart, waar ze onrust en een zeurend ontbreken achterlieten. Fantoompijn.[...]



Wormen

2016-04-23T12:09:18.246+02:00

[...]



Liefje

2016-04-13T21:36:51.924+02:00

Het kind heeft een liefje. 

Toen hij onmiddellijk en met buitensporige urgentie een skype-account moest aanmaken op de bejaarde iPad, ging er een schemerlichtje branden in mijn moederhoofd. Sindsdien wordt er gechat, met bijhorend gebliep, tot ik er zenuwziek van word en hem vriendelijk, maar kordaat verzoek de rest van de levensnoodzakelijke communicatie te bewaren voor op school, waar ze desgewenst de hele dag tegen elkaar kunnen kletsen.

Ik vraag niets en onthou me wijselijk van commentaar, om te vermijden dat ik de verkeerde dingen zeg. Dat hij te jong en te argeloos is voor de riskante en nietsontziende expeditie der liefde bijvoorbeeld. Dat de terminologie die hij hanteert onder vrienden om het spel der kinderliefde onder woorden te brengen mijn wenkbrauwen doet fronsen. Dat hij zich niet hoeft te haasten om de plot te ontrafelen van iets waar zijn moeder zelf nog steeds geen touw aan vast weet te knopen.

Ze willen naar de film. Ik doe alsof ik het niet gehoord heb. De mededeling wordt met klemtoon herhaald. “Oh, leuk, naar de film. Ja, laten we dat nog eens doen.” blijkt niet het verhoopte antwoord. Ik blijk geen deel uit te maken van de “we” die hij bedoelt. Voor het eerst is zijn “wij” een andere “wij” dan de mijne.

Ik had het vorige stadium in het opvoedkundig traject nog lang niet onder de knie. Nu zijn we ongemerkt en onvoorbereid in een nieuwe fase beland, eentje waar ik nog minder van begrijp dan van alle vorige fases bij elkaar. Ik hol blind achter voldongen feiten aan.
Deze onwelgekomen fase brengt nieuwe, voorlopig hypothetische, maar wellicht onvermijdelijke zorgen mee. Over hartzeer en andere soorten verdriet. Over verkeerd of ongewenst ouderlijk advies versus geen advies. 

Heimwee lijkt misplaatst wanneer je kinderen helpt opgroeien. Toch verlang ik even met weemoed terug naar wat vandaag ver weg lijkt. Naar opgerispte melk en veel te natte kussen. Naar dolle pret om niets en dramatische tranen om nog veel minder. Naar mijn rol in het geheel der dingen: de zon waar al de rest in een onverstoorbaar continuum omheen draaide. Die rol moet ik afleggen, een realiteit die plots, met dank aan het liefje, niet langer te ontkennen valt.



Laat het niet wennen

2016-03-24T10:35:58.793+01:00

[...]



Brief aan Sint-Valentijn

2016-02-11T19:01:59.085+01:00

[...]



Lijstjestijd

2015-12-26T14:55:53.675+01:00

[...]



Radicaliseren

2015-11-27T12:50:40.591+01:00

[...]



Breaking

2015-11-18T11:41:05.652+01:00

[...]



Uitgenodigd

2015-11-06T23:45:06.140+01:00

[...]






Complimenten

2015-10-28T17:15:02.947+01:00

Om kans te maken ooit Belg te worden moeten erkende vluchtelingen onder andere ondertekenen dat men de waarde "gelijkheid tussen mannen en vrouwen" respecteert. Want dat is wat echte Belgen doen. Toch?  Ik had per abuis wat tijd om daarover na te denken. Over dat hele gendergelijkheidsvraagstuk dus. Over hoe moe ik geworden ben van het gezwets over de zogenaamd verworven rechten van westerse vrouwen en de daarbijhorende dooddoeners. Dat we niet zo moeten zeuren. Dat we overdrijven. Dat we geen gevoel voor humor hebben. Dat er tegenwoordig niks meer mag.'Wijven moeten niet zoveel complimenten maken.' bulderde kamervoorzitter Louis Major tegen politica Nelly Maes toen die vroeg om met haar meisjesnaam te worden aangesproken. Gek lang is dat niet geleden. Gek veel is er niet veranderd, al luidt en oogt het moderne seksisme doorgaans wat minder onbeschoft.‘Na drie overwinningen op rij moet journaliste Danira Boukhriss Terkessidis wat gaan doen aan haar imago.’ schreef de ‘VIPS-journalist’ van Het Laatste Nieuws deze week. Danira had namelijk ‘Dat kan mij op dit ­moment niet veel schelen.’ geantwoord op de vraag wie van haar tegenstrevers in De Slimste Mens Ter Wereld ze het liefst zag doorgaan naar de volgende ronde. ‘Dat is geen foutje in de roes van de overwinning, maar ongepaste arrogantie’, aldus Het Laatste Nieuws. Eerder had Slimste Mens-presentator Erik Van Looy al opgemerkt dat Danira ‘niet op haar mondje gevallen’ was.Het klinkt en leest allemaal wat minder grofgebekt als ‘wijven die complimenten maken’, maar in se komt het op hetzelfde neer. Dat we nederig, bescheiden en vooral niet ad rem mogen zijn.Ik bracht mijn lagere schooljaren door op een katholieke meisjesschool onder nonnenbewind. Het motto van zuster directrice was ‘wees voornaam’. ‘Voornaam’ werd in die tijd en context vrij vertaald als: nooit tegenspreken, altijd met je benen netjes tegen elkaar zitten, en vooral, onder geen beding, de indruk wekken dat je ergens een eigen mening over had.Het spreekt voor zich dat ik toen al niet uitblonk in voornaamheid, last had van oprispende meningen over vanalles, en mijn benen niet in de plooi kreeg. Tot overmaat van ramp sprak ik al eens tegen als de situatie daar volgens mij om vroeg.Een paar tientallen jaren later bevond ik me door professionele omstandigheden met regelmaat rond een vergadertafel in exclusief, of in ieder geval hoofdzakelijk mannelijk gezelschap. Ik leerde dat ik in het beste geval genegeerd, in het slechtste geval belachelijk gemaakt werd als ik me ‘voornaam’ gedroeg. Ik leerde dat ik gedoogd werd en op termijn eventueel gerespecteerd, wanneer ik m’n job naar behoren deed. Dat mijn engagement in twijfel werd getrokken toen ik moeder werd, maar dat van mijn lief, nochtans de vader van hetzelfde kind, onverminderd werd bejubeld. Dat ik nooit naar sympathie moest hengelen, dat mijn mening nooit opwoog tegen die van een man en dat ik genadeloos werd opgeofferd wanneer dat iemand goed uitkwam. Intussen weet ik dat ik niet de enige ben met dat soort ontluisterende ervaringen. Ik wil ze niet te eten geven, de hordes moegetergde vrouwen die onzacht in aanraking kwamen met mannelijke en paternalistische bestuurders of directies. Het blijkt een gevecht dat niet te winnen valt. Een vrouw die zich aardig en bescheiden gedraagt wordt niet ernstig genomen. Wie het spel meespeelt en zich assertief toont, is een bitch of een vervelend, en dus op te ruimen obstakel. Assertiviteit blijkt een kwaliteit voor mannen, maar een vergiftigd geschenk voor vrouwen.Het voordeel is dat weinig mannen het ooit aandurfden mij ‘schatje’, ‘[...]



Verboden te klimmen

2015-10-12T16:40:52.136+02:00

[...]



Opvoeden in tijden van vluchtelingencrisis

2015-09-18T17:32:56.364+02:00

[...]



zomernaschrift bis

2015-08-31T15:52:56.780+02:00

[...]



Hefbomen en brandhout

2015-08-31T15:38:41.784+02:00

[...]



Mediterrane dromen

2015-08-31T16:24:06.842+02:00

[...]



Eat, work, sleep, repeat ...

2015-03-19T16:08:29.163+01:00

 “Mama, wat zou jij kopen als je heel erg rijk was?” Ik zucht en zwijg alsof ik nadenk. Maar ik hoef niet na te denken. Tijd. Ik zou tijd kopen, schat. Tijd om met jou te tekenen. Om tomaten, wilde bloemen en sla te planten. Om een boek te lezen. Om er een te schrijven. Om langer te slapen dan krap voldoende om een drukke dag door te komen zonder halverwege als een mislukte souffle in elkaar te zakken. Om een brood te bakken dat niet vol troep zit. Om mij af te vragen wat ik eens zal doen. Om geduldig te luisteren naar de verhalen die jij me ‘s ochtends probeert te vertellen, wanneer ik als een windhond door de ochtendroutine ren, of in dat krappe anderhalf uur tussen mijn thuiskomst en jouw bedtijd, wanneer er gegeten, afgeruimd, gewassen en gepoetst moet worden en ik eigenlijk alleen maar even wil neerzitten. Maar dat zeg ik niet. Je wilt zo’n onbevangen kind niet het idee geven dat opgroeien niet per se ergens toe dient, niet noodzakelijk een prettig vooruitzicht in zich draagt.Ik mompel iets vaags over “een degelijke fiets die niet doortrapt”, “een nieuw dak” en “een vloer in de woonkamer”. Intussen bedenk ik in stilte dat ik die fiets, die vloer en dat dak meteen zou inleveren voor een royale portie tijd. Tijd die als een frisgroene lenteweide, met een verlegen madeliefje her en der, voor me ligt, vrij te betreden, om op te spelen, liggen, dromen en slapen.Ik luister naar bevlogen mensen die vermeend utopische ideeën rond arbeidsduurverkorting uitdenken en aanprijzen. Terwijl ik wegdroom concludeer ik nuchter dat het weinig waarschijnlijk is dat ik die plannen ooit zie uitvoeren. Ik lees een boek over gratis geld voor iedereen en onzinnig werk dat hoogdringend moet verdwijnen. Vervolgens schaam ik me omdat ik wel een zinnige job heb en daar niet blij genoeg mee ben. Sympathieke ideeën, die op instemmend geknik, maar toch vooral meewarig hoofdschudden worden onthaald en al snel bedolven raken onder activeringsgedram en economische paniek. Er moet namelijk wel gerendeerd worden. Dat dat vanzelf spreekt en slechts door aandoenlijk naïeve idioten in vraag wordt gesteld. Dat we nu eenmaal, want het is niet anders, de economie draaiende moeten houden.Ik weet niet eens hoe ik mezelf en de mijnen draaiende moet houden. De vuile was stapelt zich op tot de kwalijke geur in het berghok tot actie maant. De koelkast herbergt levende organismen die niet langer geschikt zijn voor menselijke consumptie. De voetzolen van mijn kinderen vragen geen was-, maar een scrubbeurt. De badkamer, en bij nader inzien het hele huis moet geschilderd. De hond wil een heuse trektocht in plaats van een ommetje. De stapels kinder- en andere boeken in elke kamer van het huis blijven ongelezen. Mijn vrienden zijn al lang gestopt met me uit te nodigen voor concert x of event y.Als ik neerlig wil ik alleen maar slapen.Maar ik slaap niet, ik denk. Over wat ik mijn kinderen moet vertellen over “later” zonder hen de zin om volwassen te worden te ontnemen. Over wat ik moet doen wanneer een van mijn ouders hulphehoevend wordt, daar aan de andere kant van het land. Of hoe ik het red als een van mijn kinderen ernstig ziek wordt. De vermaatschappelijking van de zorg is weinig meer of minder dan een kuise term voor “trek je plan.”Wat als ik ooit eindig in zo’n krap en treurig kamertje in een “woon- en zorgcentrum”, waar fletse drab op het menu prijkt, waar geen huisdieren binnen mogen en het licht uitgaat om 19u. [...]



Brief aan Sint Valentijn

2015-02-14T16:29:52.157+01:00

[...]



Dode taal

2014-12-14T01:18:32.594+01:00

“Steek uw indexsprong waar de zon nooit komt.” En “Groei, groei, … groei zelf!”, en meer van dergelijke weinig verheffende gedachten overvallen mij wel eens deze dagen, wanneer mijn constructieve flair het vermoeid laat afweten.Is het het einde van alweer een bewogen jaar, of zijn het de veel te korte, grauwe dagen die zich traag op gang trekken en er al vroeg de brui aan geven? Feit is dat de mentale energie mij ontsnapt als lucht uit een lekgestoken fietsband.Ik lees het allemaal netjes en gedwee, de duidende stukken en de opinies die als pingpongballen heen en weer vliegen tussen de pros en de contras, de welles en de niets, de gelijken en de ongelijken. Niets helpt mij van mijn geloof af. Niets bekeert mij tot het andere.Meer dan de feiten en de cijfers, waar ons zelfgekozen beleid, maar ook de politieke tegenstand mee zwaait, meer dan de de beslissingen en de keuzes, is het de taal die mij ontmoedigt. Woordenbrij die blijft gulpen, als uit een zelfvervullend vat.Het is een taal die ik niet spreek, laat staan versta. Een dode taal bovendien, waarvan de naamvallen en vervoegingen mij evenzeer ontredderen als verdoven.De woordenbrakers en hun vertalers die ons overstemmen vergeten een paar dingen, essentiële bovendien.Dat het woord samenleving is samengesteld uit de woorden samen en leven. Dat we dus in essentie moeten samenleven. En dat we moeten bedenken hoe we dat willen en moeten doen. In mijn taal, die hopelijk niet dood is, betekent dat iets.  Of alles.Als een groot gezin waar mensen elkaar graag zien en begrijpen. Zoiets. Maar dan veel groter en ingewikkelder.Wie heeft wat nodig om gelukkig te zijn? Waar stopt de vrijheid van de ene en begint die van de andere? Hoeveel geven we en krijgen we terug? Wat doen we met de middelen die we hebben? Vooral dat laatste lijkt te primeren in dit grote, nieuw samengestelde gezin dat maatschappij heet. De budgetten moeten op orde, de rekeningen moeten kloppen. De rest gaat wel vanzelf. Nu weet iedereen, die tussen de soep, de patatten en de boterhammen met choco een dappere poging onderneemt om samen te leven en kleine mensen op te voeden, dat daar niks van aan is. Dat gaat niet vanzelf. Dat vraagt kijken, luisteren, leren en voortdurend bijsturen. Dat vraagt veel inlevingsvermogen. Met geld en cijfers heeft dat hele samenleven bijzonder weinig uitstaans. Met liefde bovenal.In andere tijden zou ik dat solidariteit durven noemen, een bezoedeld woord dat tegenwoordig beelden oproept van gebalde vuisten, spandoeken en boos vertrokken gezichten, maar in se gewoon betekent dat we voor elkaar zorgen, ‘in goede en kwade dagen’. Geen gelukkig gezin zonder liefde, zonder zorg, zonder evenveel en soms meer geven dan je krijgen kan.Ze bestaan, die gelukkige gezinnen. Ik ken er zelfs een paar. De afwas blijft er al eens staan en de propere sokken zijn er soms op. De haag hoeft niet gesnoeid, want er is er geen, zodat de buurtkinderen kunnen komen voetballen. Ze staan elke maand wel eens in het rood, maar dat is niet erg. Ze zijn zelden efficiënt, want de jongste moet zichzelf nog leren aankleden, maar daar is geen haast bij. De luidste roepers krijgen niet vaker hun zin dan de zwijgers. Niemand krijgt zakgeld voor klusjes, maar iedereen doet wat nodig is en wat hij kan. Iedereen is er welkom en er is altijd iets te eten of te drinken voor ongenode gasten. Er wordt al eens geroepen, maar daarna wordt er omhelsd en sorry geze[...]